Theoretisch kunnen koppels kiezen voor zaadcel, eicel of embryodonatie om het herhalingsrisico voor de ziekte te herleiden tot bijna 0. Deze opties moeten in functie van het overervingspatroon van de ziekte worden bekeken, evenals in functie van praktische overwegingen. Doorgaans wordt van één van deze mogelijkheden gebruikt gemaakt als prenatale diagnose of preimplantatie genetische diagnose niet kunnen omdat bv. de juiste oorzaak van de ziekte niet gekend is of niet kan worden aangetoond.