spacer.png, 0 kB
spacer.png, 0 kB
OOPS. Your Flash player is missing or outdated.Click here to update your player so you can see this content.


CAO 26 Afdrukken

 Omschrijving van de C.A.O. nr.26

    Omdat de tewerkstelling van een persoon met een handicap in het gewone arbeidscircuit dikwijls moeilijkheden met zich mee brengt, wanneer de gehandicapte werknemer het normale rendement niet kan bereiken, werd de C.A.O. nr. 26 op 15 oktober 1975 afgesloten in de Nationale Arbeidsraad. De C.A.O. nr.26 stelt dat een in een normaal arbeidsregime tewerkgestelde persoon met een handicap hetzelfde minimum- of referteloon moet ontvangen als een valide werknemer. Dit gebeurt door aan de werkgever, die een gehandicapte werknemer in dienst heeft, een vergoeding (loonsubsidie) toe te staan (door het Vlaams Fonds) voor het eventuele rendementsverlies. Deze maatregel geldt enkel voor de private sector.

Rendementsverlies

Voor de vaststelling van het rendementsverlies moet de werknemer met een handicap vergeleken worden met een gewone werknemer met dezelfde taak. Het moet ruim geïnterpreteerd worden, bv. ook het meer tijd nodig hebben, het minder mobiel zijn, enz...., zijn elementen die rendementsvermindering kunnen meebrengen.

Loonsubsidie

Na advies van het Vlaams Fonds en van de bedrijfsgeneesheer, die het rendementsverlies vaststelt, kan de werkgever door de hiertoe bevoegde ambtenaren van de sociale arbeidsinspectie een machtiging ontvangen om enkel een percentage van dit loon te dragen. Het overige deel wordt gedragen door het Vlaams Fonds. De tussenkomst kan van 5 tot 50% van het totale loon bedragen. De werkgever moet minstens 50% van het totale loon dragen. De machtiging wordt verleend voor de maximumduur van 1j en is vernieuwbaar. Indien de werkgever zich niet aan de verplichtingen houdt, kan het Vlaams Fonds de toegekende loonsubsidies terugvorderen.

Procedure

1. Inschrijving in het Vlaams Fonds

  • De werknemer dient de aanvraag om inschrijving bij het Vlaams Fonds in bij de provinciale afdeling van het Vlaams Fonds (zie bijlage), van de provincie waarin zijn woonplaats gelegen is. 
  • De aanvraag wordt ingediend met het formulier "Aanvraag om inschrijving" of de "A 001".(zie bijlage) De aanvraag moet door de werknemer ondertekend zijn. 
  • De werknemer richt zich tot een externe dienst (adressen te bevragen bij de provinciale afdeling zie bijlage) voor het opmaken van een multidisciplinair verslag. Hierin wordt de zorgvraag, in dit geval de vraag naar rendementsverlies, reeds geformuleerd. De aanvraag mag reeds vergezeld zijn van een multidisciplinair verslag. Indien het multidisciplinair verslag niet tegelijk met de aanvraag wordt ingediend heeft de werknemer 30 dagen om het toe te voegen bij de aanvraag. 
  • De administratie van de provinciale afdeling onderzoekt de ontvankelijkheid en de volledigheid van de ingediende aanvraag en stuurt de aanvrager een "ontvangstmelding". 
  • De provinciale evaluatiecommissie onderzoekt de aanvraag en maakt haar beslissing m.b.t. het integratieprotocol over aan de administratie binnen de 2 maanden na het indienen van de aanvraag. Het integratieprotocol is eigenlijk een concrete beschrijving van de hulp die zal verleend worden. 
  • Binnen de 30 dagen wordt de beslissing betekend door de administratie. De volledige afhandeling van de aanvraag (zonder periode van opschorting) mag max. 4 maanden bedragen.

2. Aanvraag tot machtiging ( % rendementsverlies) door de werkgever

  • Na een positieve beslissing van het Vlaams Fonds moet de werkgever een aanvraag tot machtiging indienen bij de sociale inspectie in 2 exemplaren.(zie document I) Dit gebeurt bij de sociale inspectie die toezicht houdt op de plaats van tewerkstelling. Deze aanvraag mag gelijktijdig gebeuren met de aanvraag tot inschrijving in het Vlaams Fonds.(adressen zie bijlage) 
  • De sociale inspectie vraagt advies aan het Vlaams Fonds en de arbeidsgeneesheer om het rendementsverlies te bepalen. 
  • Een ambtenaar van het Vlaams Fonds kan een onderzoek op de tewerkstellingsplaats doen (maar meestal niet ) en maakt zijn advies over aan de sociale inspectie (document 5). 
  • De arbeidsgeneesheer maakt zijn advies m.b.t. het rendementsverlies over aan de 
  • Op basis van het advies van het Vlaams Fonds en van de arbeidsgeneesheer onderzoekt de sociale inspectie of er inderdaad sprake is van rendementsverlies. De sociale inspectie doet een onderzoek op de werkplek. Liefst wordt door PAV een vergaderlokaal hiervoor gereserveerd zodat dit discreet kan verlopen. 
  • De sociale inspectie kent de machtiging toe (% rendementsverlies) met een max. van 50%. Een afschrift van de beslissing wordt verstuurd aan het Vlaams Fonds en aan de werkgever.(zie bijlage) 
  • De machtiging wordt verleend voor een maximumduur van 1j. en is vernieuwbaar. 
  • Jaarlijks nodigt de bedrijfsarts op vraag van de sociale arbiedsinspectie (op vraag van PAV)deze werknemer uit en wordt opnieuw het rendementsverlies vastgesteld.

3. Uitbetaling van de loonsubsidie

  • De aanvraag tot uitbetaling van de loonsubsidie en de hiermee gepaard gaande bewijsstukken moeten bij de provinciale afdeling van het Vlaams Fonds van de woonplaats van de werknemer worden ingediend door PAV uiterlijk op de laatste dag van de eerste 14 dagen van de maand die volgt op deze waarin de arbeidsprestaties zijn verricht. (zie document VIII) 
  • Deze aanvraag mag na overleg ook per kwartaal of half jaarlijks gebeuren. o Het Vlaams Fonds betaalt de loonsubsidie uit voor het einde van de indieningsmaand. 
  • Bij een positieve beslissing kan het Vlaams Fonds de loonsubsidie uitbetalen vanaf de datum waarop de aanvraag van inschrijving in het Vlaams Fonds gebeurde.

 

 
< Vorige   Volgende >
spacer.png, 0 kB
spacer.png, 0 kB
spacer.png, 0 kB